Groot varken, klein varken

Groot varken, klein varken

Jacqueline Yallop woont samen met haar man al meer dan tien jaar op het platteland in Frankrijk, wanneer het stel besluit twee varkens te houden, voor het vlees. Hoe beter Jacqueline ze leert kennen, hoe sterker ze zich afvraagt of ze als het erop aankomt in staat zal zijn ze te slachten.

Yallop wisselt haar eigen belevenissen met de varkens af met de reconstructie van een achttiende-eeuws verhaal over een Engels varken dat kunstjes vertoonde op jaarmarkten.

 

 ✻ ✻ ✻

 

We komen dichterbij om ze te bekijken. Het zijn prachtige dieren. Ze hebben een dikke, donkere huid, als van een olifant, met lange zwarte haren die op hun flanken en bij hun schouders plat liggen maar boven op hun rug over de hele lengte als een soort borstelige manen overeind staan. Ze hebben guitige zachte haartjes tussen hun oren. Hun huid lijkt te groot voor ze, die hangt in losse plooien rond hun nek en schouders, als een trui die een paar maten te groot is. Ze hebben gedrongen, gerimpelde, zachte snuiten, die leerachtig aanvoelen, knobbelige knietjes en wonderbaarlijk gladde, elastische, gespierde staartjes die altijd in beweging zijn: soms houden ze hem gestrekt als een rattenstaart, soms zit-ie helemaal opgekruld. De staart van het ene varkentje krult vlotter en strakker op dan die van het andere.

Tussen de paar klimopranken die onze opschoonactie hebben overleefd leggen we wat graan voor ze op de grond. Het voedsel ligt enkele meters bij ze vandaan, dus als ze willen eten moeten ze wel in beweging komen. Ze snuiven, aarzelen. Ja, ze willen het graan, maar op deze vreemde plek met deze vreemde mensen hangen verwarrende, onbekende geuren in de lucht, ze worden opgeschrikt door nieuwe geluiden, het is oppassen geblazen. Ze kijken naar ons, taxeren ons, maar er verandert ogenschijnlijk niets aan hun gezichten, die op de een of andere manier toch heel expressief zijn. De manier waarop ze hun koppen een beetje laten hangen, de intense blik in hun zwarte oogjes en hun trekkende oren verraden hun onwilligheid om van hun plaats te komen, hun verbazing over de manier waarop deze ochtend zich heeft ontwikkeld, hun verbijstering. Lange minuten staan ze ons ongemakkelijk aan te staren, zonder geluid te maken. Maar dan snuiven ze, hun snuiten druk met het opnemen van de troostende geur van het graan. En varkens plus eten is een som waarvan de uitkomst vaststaat. Ze moeten uiteindelijk wel zwichten. Een van hen zet een stap, en nog een, steeds sneller gaat hij, om er het eerst te zijn. Ineens is er geen sprake meer van terughoudendheid, ineens lijkt dit varken precies te weten wat het wil, ineens is dit een heel competitief varken, actief, hongerig en gefocust. En voordat hij het bergje graan heeft bereikt, reageert de ander. Ze duwen en dringen. Ze willen allebei aan dezelfde kant beginnen, ze plonzen met hun neuzen in de graankorrels en heffen ze witbepoederd weer op. Ze vechten om het beste plekje, duwen hun koppen hard tegen elkaar, zwaaien met hun staartjes, worden het uiteindelijk eens en staan dan zij aan zij te kauwen, ijverig en serieus. Ze gaan op in het vertrouwde, heerlijke gevoel samen, schouder aan schouder, te staan eten en lijken de dreiging van het onbekende volledig te zijn vergeten.

(…)

We geven ze namen. We moeten ze van elkaar kunnen onderscheiden, zodat we kunnen zien welk varken waarmee bezig is, welke van de twee beter groeit, om welk varken het gaat als er eentje ziek is of wegloopt. Het is een pragmatische beslissing en we zijn heel voorzichtig: we geven ze geen typische huisdiernamen en beteugelen onze fantasie. We willen ze niet schattig en lief maken; we willen ze gewoon uit elkaar kunnen houden. We bekijken ze eens goed en besluiten dat het minieme verschil in uiterlijk genoeg is om ze te kenmerken, dus noemen we ze gewoon Groot varken en Klein varken. Benamingen die gekozen zijn op basis van een klein lichamelijk contrast, zonder dat er emotionele implicaties of associaties, of enige vorm van antropomorfisme bij komen kijken. Groot varken en Klein varken. Daar lijkt toch bijna niets sentimenteels bij te zitten. Hoe kunnen de woorden ‘groot’ en ‘klein’ genegenheid opwekken?




Fragment uit Groot varken, klein varken, De Geus, februari 2018, ISBN

9789044539356, co-vertaling met Laura Weeda


 


Share by: